Interview met Barbara Krotwaar

160715003Zij is geboren in Heerlen (Limburg) en lang geleden vanuit Hoensbroek naar Nijmegen gekomen om fysiotherapie te gaan studeren. Door omstandigheden kon zij dat niet afmaken. Daarna, tot 1998, aan de slag gegaan bij de gemeente Nijmegen; het Gemeentelijk Woningbedrijf.
Op een gegeven moment ging het niet goed met haar gezondheid en is zij in de ziektewet beland. Barbara heeft twee kinderen, een zoon van 21 en een dochter van 23. Barbara: ‘Mijn zoon is aan het uitzoeken wat hij wil en mijn dochter doet de opleiding tot goudsmid en danst historische dansen waarvoor we onder andere ook de kleding maken. Emma zoekt dan uit wat ze wil, vaak via internet en dan kijken we samen hoe we dat dan gaan maken. Ik heb ooit een opleiding gedaan voor coupeuse en heel  veel praktijkervaring, dus dat is mij wel toevertrouwd.’

Wanneer ben jij hier in het Wijkatelier Lindenholt terecht gekomen?
‘Dat was vorige maand drie jaar geleden. Een kennis had een uitnodiging voor de Lindenholt Tafel en zij nodigde mij uit om een keer met haar mee te gaan. Dat heb ik gedaan en maakte toen kennis met Margriet en Door, de gastvrouwen. Het was zo’n gezellige avond en zulke leuke  mensen waardoor ik dacht: “Daar wil ik bij horen”. Toen heb ik meteen een afspraak met ze gemaakt en gevraagd of ik mee mocht doen. Dus zo ben ik begonnen en ik vond het meteen leuk! Dat heb ik twee jaar gedaan. Ondertussen ben ik ook vrijwilliger geworden bij het Wijkatelier en ik wilde al snel wat meer over de organisatie weten. Als ik niet snap wat de bedoeling is van dingen, kan ik niet goed werken. En dus ben ik steeds meer gaan vragen aan iedereen zo van: “Wat doet het bestuur en wat is de bedoeling en waarom zijn de zaken hier zo geregeld?” En zo werd er op een bepaald moment gevraagd of er een paar mensen uit onze groep ook bij het overleg met de gemeente en zorgpartijen wilde zijn. Die eerste keer was het echt overweldigend en ik vond het best vermoeiend om alles aan te horen. Maar op den duur voelde ik me wel veilig genoeg om zelf ook mijn zegje te doen. En zo kon ik na een aantal keren de vraag stellen: “Nu zijn wij (gastmensen) op de hoogte van wat jullie doen maar weten jullie ook wat wij hier doen?” Zo zijn de eerste lijntjes gekomen naar wat meer duidelijkheid en zijn we nu anderhalf jaar verder. En kijk eens waar we nu staan? Veel meer duidelijkheid naar iedereen en alle vrijwilligers. Ik heb wat autisme in me en wil dus alle dingen duidelijk geregeld hebben, dat werkt het prettigst.
Vorig jaar was er een vacature voor de functie van planner en dat resulteerde een beetje in een zooitje. Eigenlijk ben ik toen in dat gat gesprongen omdat er niemand anders was die dat wilde doen. En ik geloof dat het nu wel best goed gaat. Ik ben dus nu verantwoordelijk voor de  aanvragen voor de ruimten in het Wijkatelier en regel tegelijk de gastmensen die daarbij nodig zijn.
Op dit moment beschikken wij over plus minus 13 gastmensen waarvan er drie langdurig ziek zijn. Deze collega-vrijwilligers kunnen zelf aangeven welke tijden zij beschikbaar zijn en of er voorkeur bestaat voor de activiteiten waar zij bij willen zijn zoals bijvoorbeeld ook het bereiden van lunches. Helaas zijn er nu veel te weinig mensen beschikbaar.
Wanneer mensen belangstelling hebben om ons te komen versterken wil ik ze graag uitnodigen om zo maar een keer binnen te stappen of aan te sluiten  bij een activiteit, dat is te zien op de website of een afspraak met mij te maken. Dat eerste kan altijd natuurlijk maar dan loop je wel de kans dat er niet niemand van het team aanwezig is.

Wat maakt het werk zo leuk? 160715006
Barbara: ‘Voor mij is het omgaan met mensen het allerleukste wat er is en tegelijkertijd ook het moeilijkste. Het doet me goed wanneer ik zie dat ik iets kan betekenen voor mensen en dan is het ook mooi om te merken dat mensen een leuke ochtend of middag of avond hebben. Zo was het Suikerfeest heel erg geslaagd met ongeveer 35 mensen. Ik vond het een heerlijke middag. Volgens  de Marokkaanse traditie werd ieder gerechtje op een apart bordje geserveerd dus dat betekende wel bergen afwas!’  lacht ze. ‘We zijn daar de volgende dag nog mee bezig geweest!’
Het onderdeel communicatie vindt Barbara het moeilijkst, zeker wanneer er sprake is van een conflict. ‘Maar daar wil ik graag in leren. De afgelopen drie jaar zijn voor mij sowieso heel leerzaam geweest. Dat zeggen de mensen om mij heen en zelf merk ik dat ook. Ik voel me hier erg thuis, en weet nu precies hoe alles loopt. En als het niet loopt dan heb ik zoiets van: Wat gebeurt er, en kan ik er iets aan doen. Ik heb zo mijn eigen toko,’ glimlacht ze.
‘Het gevaar sluipt er wel in dat ik soms iets te snel te veel hooi op de vork neem maar dat heb je nu eenmaal bij onderbezetting. Je wil toch graag dat alles doorgaat. Ik heb gehoord dat hier mensen willen kaarten en darten en daarbij zijn gastmensen/begeleiders dus van harte welkom. Dan is het allemaal heel goed mogelijk. Enkel het schenken van alcoholische dranken kan hier nog niet maar dat zal er waarschijnlijk wel gaan komen.
Voor de komende periode zou Barbara graag meer integratie willen zien met de zorgpartijen hier in het gebouw. Nu merkt zij  nog een zekere afstand. Dat vind ik wel heel erg jammer.

Toekomst
Barbara wenst voor de toekomst dus nog veel meer vrijwilligers zodat we hier voor iedereen in Lindenholt echt iets kunnen blijven betekenen.  Altijd een plek waar mensen zo maar binnen kunnen stappen voor een kop koffie en om de krant te lezen, spelletje spelen, kaarten of sjoelen. Ook voor lunch en misschien ook een avondmaaltijd zou het Wijkatelier open moeten zijn. ‘We moeten werken aan meer bekendheid zodat iedereen weet hoe leuk het hier is. Ook al is de temperatuur in het gebouw ’s zomers vaak wel een probleem, soms is het zo benauwd binnen. Misschien dat daar nog iets aan gedaan kan worden.’
De ambitieuze plannen voor een nieuw centrum als ‘Kloppend hart van Lindenholt’ ziet Barbara nog wel als toekomstmuziek met daarbij de nodige voorzieningen voor o.a. kinderopvang en dagbesteding voor senioren. Maar voorlopig kijkt ze uit naar een nieuwe keuken die op de planning staat en daarbij alle nieuwe mogelijkheden die dan vrij komen. Dan zal er tegelijk ook wat extra aandacht moeten worden gegeven aan voedselveiligheid en horecavaardigheden. Nu nog gaan de mensen er heel verschillend mee om en dan is het goed dat er duidelijke regels gaan komen. Dat is best moeilijk als je met vrijwilligers werkt die maar een paar uurtjes in de week of soms in de maand komen werken.
‘Communicatie en omgaan met conflicten zijn de dingen waar ik nog heel veel in wil leren. Gelukkig zijn er diverse mensen die mij daar graag mee willen helpen.’

Tekst: Gerard van Bruggen
Foto’s: Bianca van Uden